De lente nodigt je uit om naar buiten te gaan. Om naar de zoemende bijen te luisteren, de bloesem te ruiken en de vogels te horen fluiten. Ieder seizoen heeft zijn charmes, en het is duidelijk wat die van de lente zijn.
In de koude wintermaanden keek ik uit naar de lente. Het moment waarop de grond voldoende opgewarmd zou zijn voor een moestuin. Alles waar ik jarenlang over gelezen had, zou ik dan eindelijk in de praktijk kunnen toepassen. Eigenlijk kijk ik dus al vijf jaar uit naar deze specifieke lente. Onze allereerste lente in onze eigen tuin..

In de herfst van 2025 maakte ik daarom al een plan voor onze toekomstige moestuin. Ik sloeg al mijn boeken open en combineerde alle informatie tot één plan. De insteek was: een kleine moestuin creëren, die vullen met enkele makkelijke groenten en kruiden, tussendoor wat onkruid wieden en dan eind deze zomer genieten van een overvloedige oogst. Houd het simpel en het kan niet misgaan.
Toch ging het al redelijk snel niet meer zoals gepland. Om een moestuin te creëren, moest ik er eerst voor zorgen dat het (kweek)gras en onkruid zouden verdwijnen. Dit kan, zo blijkt, op verschillende manieren.
Als je het aan een traditionele landbouwer vraagt, zegt hij dat je moet frezen en ploegen met zwaar geschut. Dat lukte niet meer door de net aangeplante landschapselementen en het natte weer.
Een collega zei dat ik alles kapot moest spuiten met Roundup. Het lijkt me duidelijk waarom dit geen optie was.
Mijn ecologische permacultuurboeken zeiden dat ik op het gras bruin karton moest leggen en dit met vijftien centimeter compost moest bedekken. Zo gaat het gras dood en kun je gelijk zaaien in de onkruidvrije compost. Klinkt makkelijk en goed voor het bodemleven.
Een andere collega zei dat ik de graszode ouderwets met een schop twee spades diep moest onderwerken: een flinke workout voor de oppervlakte die ik voor ogen had.
En dan hadden we nog alle adviezen van het internet die hier tussenin vielen.
Als onervaren moestuinier duizelde het me van de opties. Wat was nou het beste voor het bodemleven, en hoe ging het gras ook daadwerkelijk dood? De kartonmethode leek me ideaal, maar ik was bang dat het gras gewoon door het karton zou groeien. Hoe kom ik überhaupt aan zoveel karton?
Zo gingen de maanden voorbij. Tobbend tussen de opties maakte ik maar geen keuze en bleef het grasveld een grasveld. Tijd zat, dacht ik nog in januari. Ook ChatGPT stelde me toen gerust dat ik nog lang genoeg de tijd had. Het jammere van AI is dat het je vrijwel altijd geruststelt en bevestigt. Het zou eens een keer moeten zeggen: “Jammer joh, door het eindeloos twijfelen heb je nu de boot gemist. Volgend jaar weer een kans.” Er was geen reden tot paniek en dus ondernam ik geen actie. Tot de lente daar ineens was. Zo voorspelbaar, maar toch onverwacht. Ging de tijd toch maar wat langzamer, dacht ik daarom in maart.


De warme temperaturen begin maart gaven me het laatste zetje dat ik nodig had. Ik maakte een semirechte lijn op het veld en legde daar de eerste verhuisdozen neer. Hoewel we een hele stapel hadden bewaard, was het slechts genoeg voor acht vierkante meter. Met behulp van dozen van familie kon ik uiteindelijk de oppervlakte verdubbelen. Op de dozen bracht ik ongeveer vijftien centimeter compost aan. De compost bevatte veel plastic en glas, dus dat haalde ik er zoveel mogelijk weer uit. In deze compostvlakte bracht ik structuur aan: acht kleinere moestuinbedden met paden ertussen. Het enige wat me nu nog te doen stond, was wachten tot het gras doodging en het karton verteerd was. Gelukkig was ik nog precies op tijd voor het moestuinseizoen, als we ChatGPT moeten geloven.
Maart bloeit voort en de tuin groeit harder dan ik onderhouden kan. Mijn moestuinboeken hebben het over acht groenten die ik in maart al kan zaaien. Maar maart is alweer voorbij en in april zijn er nog veertien soorten die gezaaid kunnen worden. De vooraf gemaakte to-dolijst loopt iedere week verder op. Het was mijn zelfgemaakte planning voor dé perfecte moestuin, waar blijkbaar ook een wekelijkse to-dolijst bij hoorde. Het karton was nog niet verteerd en dus konden er ook nog geen wortelen groeien. Na een paar weken gestrest naar mijn to-dolijst te hebben gekeken, heb ik de papiertjes weggegooid. De natuur is flexibel, en dus is mijn planning dat vanaf nu ook.

Hoewel mijn planning flexibeler was geworden, kwam er een eind aan de ruimte in de planttijd van de vroege aardappelrassen die ik had liggen. Er zat niets anders op dan mijn spierballen aan het werk te zetten en de zode met de schop diep onder te spitten. Door de dichtgewortelde zode en de compacte grond was het zeker geen ontspannen bezigheid. Met zweet op mijn rug lukte het me om in een middag vier vierkante meter om te gooien. Hier maakte ik ruggen waarin ik de twee aardappelrassen kon planten. In de vensterbank staan nog drie aardappelrassen die binnenkort ook een plek in de grond willen. Er zal dus op korte termijn nog meer ruimte gemaakt moeten worden. Vrijwilligers kunnen zich aanmelden per faxformulier.
Wie ooit in de zadenwinkel Vreeken’s Zaden in Dordrecht is geweest, weet hoe gevaarlijk het is. Zelfs als je geen tuin hebt, vul je je mandje gemakkelijk met zaden. Iedere variant bloemen, kruiden, grassen, groenten en fruit die je maar kunt bedenken, is er. Paarse bloemkool, aardbeispinazie, muismeloentjes, ronde wortels of een tropische tamarindeplant: bij Vreeken’s Zaden hebben ze alles. Het erge is: alles lijkt ook ineens heel makkelijk voor in je eigen tuin. Zo ga je, als je niet uitkijkt, van de twaalf benodigde groentezaden naar een heel mandje vol gekke exotische zaden.

Per soort verkopen ze minimaal drie verschillende varianten in verschillende prijsklassen. Je hebt de crème de la crème: F1-zaad, vaak meer dan vijf euro per zakje, of juist een oud-Hollandse variant voor een euro per zakje. F1-zaad is speciaal veredeld zaad voor een sterke kiemkracht, een gigantische oogst, de hoogste ziekteresistentie en de meest perfecte vruchten. Top, dus doen? Nou nee, F1-zaad is namelijk zo ontwikkeld dat de nakomelingen van de plant, de F2-generatie, complete mislukkelingen worden. Zaad gewonnen van bloeiende groenten uit je eigen moestuin is over het algemeen een betere keuze dan ieder jaar nieuw zaad kopen in de winkel. De planten passen zich namelijk iedere generatie aan de omstandigheden van jouw tuin aan. Zo kan er een betere resistentie tegen droogte ontstaan, een aanpassing aan de hoeveelheid zon in je tuin of een betere resistentie tegen een bepaalde plaag. Ieder jaar worden de planten, althans in theorie, dus passender voor jouw eigen tuin. Dit mooie proces is niet mogelijk met F1-zaad. De zaadindustrie houdt hiermee de gehele landbouwsector en jou als hobbymoestuinier compleet in een greep van afhankelijkheid. Nu laat ik het allemaal wel heel duister klinken natuurlijk. Soms is F1-zaad nu eenmaal de beste optie. Wie wil er na maanden ploegen in de moestuin nou niet een overvloedige oogst?
Tijdens ons bezoek aan de zadenwinkel hebben we ons goed weten te gedragen. Soms kozen we een duurdere bijzondere variant, maar meestal de oude rassen. Mijn vriendin heeft ervaring met het opkweken van inheemse bloemen en weet me ook te beïnvloeden om wat bloemenzaden voor de bijen mee te nemen. Als ik de verpakkingen moet geloven, staat binnenkort mijn koelkast vol met aarde en bloemen. Iets waar ik, gok ik, mijn vriend niet heel blij mee maak. Wie voedsel wil, heeft bijen nodig en dus lijkt het me net zo belangrijk als het kweken van groenten.


Eerder schreef ik al over de grote kas. Dit impliceert dat er een andere, kleinere kas is. Laat ik direct duidelijk maken dat dit niet helemaal klopt. De kleine kas is zeker kleiner dan de grote kas, maar naar gemiddelde stadstuinbegrippen nog steeds niet te definiëren als een kleine kas. Bij gebrek aan een betere naam noem ik het voorlopig wel de kleine kas. De kleine kas was, net als de grote kas, heel vies, stoffig en bezaaid met verteerd plastic toen we het huis kochten. Na heel wat kruiwagens te hebben afgevoerd, was het afgelopen weekend eindelijk tijd om de kas schoon te spuiten en te vullen met verse aarde. De ruiten zijn nu zelfs zo schoon dat een koolmeesje vanochtend geen verschil meer zag met de buitenlucht (RIP). De kas is nu eindelijk een aangename, bruikbare ruimte. Dat voelde na zoveel maanden opruimen als een hele overwinning. Hoewel de moestuin buiten nog steeds niet klaar is voor gebruik, kan er binnen al wel worden voorgezaaid. Afgelopen week zijn daarom de eerste perspotjes gevuld met zaden van bloemen, tomaten, aubergines, komkommers, courgettes, witte kool, bonen en verschillende kruiden. Na wat beginnersfouten, één bieslookzaadje per potje, heb ik hét ultieme moestuinhulpboek aangeschaft: de Groente- en fruitencyclopedie van Luc Dedeene en Guy De Kinder. Loodzwaar, maar vol nuttige informatie: acht bieslookzaadjes per potje. Met behulp van een vriendin en poes Miep groeien de eerste zaden succesvol uit tot plantjes.
Tijd om mijn ogen te sluiten. Morgenochtend wachten de kleine plantjes en Miep weer op me in de kas. Een aanzicht waar ik nu al naar uitkijk.
Liefs, Bep


Geef een reactie op duckstellarce0dfdcae1 Reactie annuleren