Tijdens de voorbereiding van mijn eerste moestuinjaar heb ik veel gelezen over dieren die kleine plantjes, of zelfs zaadjes, uit de moestuin opeten. In de volks(tuin)mond ook wel plaagdieren genoemd. In vergelijking met ongedierte vind ik plaagdieren een bijzonder jolige naam. Geplaagd worden door een dier. Wie wil dat nou niet?
Afhankelijk van waar je woont gaat het veelal om slakken, rupsen, luizen, hazen, herten, muizen en vogels. Hoewel ik er veel over las, kwam het niet direct in mij op om voorzorgsmaatregelen te nemen. Eerst maar eens wat zaadjes de grond in. Dan zien we daarna wel verder, dacht ik.
Braaf zoals de verpakking aangaf deed ik de zaadjes in de grond. Iedere week zocht ik naar kleine groene sprietjes. Het weer was goed, ik had dagelijks met de gieter water gegeven en de grond bevatte, voor zover ik wist, voldoende voedingsstoffen. Ik wachtte en ik wachtte.. Tot ik na drie weken nog steeds niks omhoog zag komen. Volgens de verpakking had ik na tien dagen al iets moeten zien. Mijn argwaan begon op te komen. Maar daar dan toch: na bijna vier weken kwamen de eerste groene sprietjes omhoog. Het enige probleem: hoe weet je wat onkruid is en wat jouw gezaaide plantje is? Ik wachtte nog twee weken, zodat het beter identificeerbaar zou worden. Dacht ik. Na in totaal zes weken wist ik het zeker: het plantje dat ik gezaaid had, zat er niet tussen. Maar wat was er dan gebeurd met de zaadjes? Zaten ze nog in de grond, wachtend op het juiste moment? Waren ze nooit levensvatbaar geweest? Of waren het dan toch de vogels die ik iedere ochtend bewonder als ze voor ons raam langskomen? Misschien de muisjes? Of de hazen die hier in grote getalen rondlopen? Of was het dan toch Ferdy de fazant?

Als er één ding is waar ik niet van houd, is het onzekerheid. Natuurlijk is de natuur, en daarmee moestuinieren, één grote onzekerheid. Maar dat is niet wat ik bedoel. Ik bedoel onzekerheden die voorkomen hadden kunnen worden. Het risico dat een beestje jouw net aangeplante plantje opeet, is in grote mate te verkleinen. Bijvoorbeeld met vliesdoek of met bescherming rondom de moestuin voor grotere dieren. Hoewel ik geen direct bewijs had dat mijn zaadjes waren opgegeten door plaagdieren, was de mogelijkheid dat dit ooit zou kunnen gebeuren voldoende reden tot actie. Er moest een hekwerk komen. En wel snel!

De moestuin bestond op dat moment uit zes kleine zaaibedden en een stukje met aardappelen. Mijn ambitie was groot, dus ik wist al dat het daar niet bij zou blijven. De moestuin ging ooit groter worden en daar moest rekening mee gehouden worden. Door middel van een snelle, niet zelfgemaakte berekening kwam ik tot de conclusie dat de moestuin nog ongeveer drie keer zo groot moest worden. Het idee was simpel: palen de grond in boren en daar kippengaas tegenaan vastmaken. Zowel de palen als het kippengaas hadden we nog van de vorige bewoners in de schuur liggen. Tijdens het pitchen van dit plan aan mijn lieve vriend kwamen we al snel tot de conclusie dat dit te simpel gedacht was. Het gaas moest de grond in om te voorkomen dat muizen en konijnen alsnog via de onderkant naar binnen zouden komen. Ik had nu graag geschreven dat dit inzicht tot goed doordachte keuzes heeft geleid. Helaas is dat maar in beperkte mate waar.
We begonnen vol goede hoop. De palen gingen de grond in en tussen deze palen maakten we spleten om het gaas in te zetten. Deze spleten waren, tja hier gaan we, één spade diep. Na veel gehannes om het gaas enigszins strak in de gleuf te krijgen, zonder dat al het zand er weer in viel, kwamen we tot de conclusie dat dit niet ging werken. We besloten een bredere gleuf te graven, zodat we het gaas zonder instortingsgevaar strak tussen de palen konden spannen. Na heel wat uren zweten zat het gaas vast. Zoals je op de foto ziet, komt het gaas niet meer dan dertig centimeter boven de grond uit. Iedereen met enig boerenverstand begrijpt dat zowel ondergronds als bovengronds de konijnen, hazen, herten en muizen hier weinig uitdaging aan hebben. Volgens mijn grote vriendin ChatGPT was al ons harde werk en onze frustratie niet voor niks geweest! De plaagdieren kunnen er wel overheen, maar willen dat helemaal niet. Het zicht van het hekwerk zou al zó intimiderend zijn dat ze niet eens meer in de buurt willen komen.
Vier maanden verder en onze zeer intimiderende halve hekwerk lijkt gewerkt te hebben! Althans, voor de grote plaagdieren dan. De rupsen, luizen, kevers en vogels trekken zich er natuurlijk niks van aan. Voor deze plaagdieren ben ik vliesdoek gaan spannen. In eerste instantie voor de kou ’s nachts maar later ook ter bescherming van vraat. In het ideale moestuinplaatje zie ik veel liever groen dan witte plastic doeken. Maar wie één keer zijn koolplantje opgegeten heeft zien worden door een rupsenkolonie, heeft genoeg gezien. Vanaf nu span ik overal vliesdoek overheen. Ik heb overigens niet al die opkweekmoeite gedaan om de populatie koolwitjes nog verder uit te zien breiden (tot zover mijn diervriendelijkheid).


Het hekwerk bestond inmiddels uit palen van verschillende hoogtes en een strook kippengaas. Niet helemaal het schattige Pinterest-moestuinidee dat ik voor ogen had. Het liefst hadden we er een schapenhekje omheen gezet. Na een korte zoekopdracht kwam ik erachter dat deze superschattige schapenhekjes veel te duur zijn. Ik snap nu waarom de moderne schapenhouder gebruikmaakt van elektrische bedrading. Dus kwamen we met een nieuw plan: afgelopen herfst hebben we vier plataanbomen gesnoeid die jarenlang niet waren bijgehouden. De takken waren mooi dik en recht gegroeid. Perfect om te gebruiken als hek. Om het hekwerk iets intimiderender te maken besloten we het twee keer zo hoog te maken als het gaas. Rekening houdend met de breedte van de kruiwagen hielden we twee openingen vrij voor poortjes. Eén bij de hoofdingang en één bij de compostbak.
Na het op maat zagen en vastschroeven van alle takken had de moestuin direct een andere sfeer. Van een moestuin met een klunzige omheining naar een natuurlijke, imperfecte en charmante moestuin. Het hek dient daarnaast ook als steun voor de grote zonnebloemen.

En dan nu de belangrijkste vraag: heeft het ook daadwerkelijk geholpen tegen de plaagdieren? Het is het einde van het seizoen en voor zover bekend laten de grotere plaagdieren zich nog steeds afschrikken. Wie zich minder goed laten afschrikken zijn onze twee nieuwe katers: de baby’s van Miep, Koosje en Raket.
Zolang ze van mijn sperziebonen afblijven, zijn Koosje en Raket meer dan welkom in de moestuin. Dat ze losse, net geschoffelde aarde verwarren met een luxe buitenkattenbak, neem ik voorlopig maar voor lief. Blijkbaar moet iedereen op zijn eigen manier bijdragen aan de moestuin.
Voor de duidelijkheid: dit is geen uitnodiging aan alle rupsen, luizen, slakken en kevers. Hun bijdragen hoop ik volgend seizoen vriendelijk af te kunnen slaan.

Liefs, Bep

Reacties
Perfecte leesvoer op een zondag ochtend met een kop thee! 1000x beter dan de krant. Ondanks alles toch een geslaagde eerste moestuin jaar! Niks wat al die courgettes tegen hield in iedergeval…
LikeLike
💚.
LikeLike